Ruimte voor water: impact op droogte

Impact op droogte

Droge periodes zullen in de toekomst frequenter en erger worden. Dat kan aanleiding geven tot watertekorten voor drinkwatervoorziening, landbouw, recreatie, scheepvaart, ecologie en voor het tegengaan van zoutintrusie in kanalen. Waterpartijen kunnen water stockeren voor hergebruik in droge periodes, hetzij rechtstreeks, hetzij via infiltratie en aanvulling van de grondwaterlagen.

Rechtstreekse (bovengrondse) opslag van water houdt in dat tijdens periodes van neerslagoverschot afstromende neerslag of water uit beken en rivieren wordt opgevangen en afgeleid naar een bekken, waar het water gestockeerd wordt. In theorie kan per hectare verharde oppervlakte 10 m³ water per mm neerslag “geoogst” worden. Het bekken kan bestaan uit een volledige kunstmatige constructie omringd door dijken of wanden, of uit natuurlijke depressies in het terrein, eventueel afgesloten door een dijk aan het laagste einde. Als het niet de bedoeling is dat het water infiltreert, dan moeten de bodem en de wanden van het bekken ondoorlatend gemaakt worden. Vaak is volledig gravitaire afstroming niet mogelijk en moet gepompt worden om het bekken te vullen (of achteraf, om het te ledigen). De gebruiksmogelijkheden van het gestockeerde water hangen sterk af van de kwaliteit ervan; gebruik als drinkwater is zonder bijkomende zuivering niet mogelijk. De te stockeren volumes hangen sterk af van het gebruik: menselijk gebruik is van de orde van 100 à 200 liter/dag per persoon; drinkwater maakt daar slechts een klein deel van uit. Planten gebruiken veel meer water; om een hectare gewassen te irrigeren is van de orde van ongeveer 50 m³ per dag nodig.

In zeer warme en droge omstandigheden kan het waterverlies door verdamping uit een open bekken oplopen tot ongeveer een cm per dag. Onder meer om die verliezen te beperken is ondergronds stockeren van water soms te verkiezen. Dat houdt in dat men het overtollige water zo veel mogelijk laat infiltreren naar de ondergrond, vanuit bekkens met een permeabele bodem of via infiltratieputten, of vanuit de riviervallei bij overstromingen in de winter. Infiltratie vult het grondwater aan en zorgt ervoor dat de voorraden waaruit grondwater kan opgepompt worden voldoende op peil blijven. Om verlies via verdamping door de vegetatie te vermijden wordt het water best in voldoende diepe lagen gestockeerd. Infiltratie heeft als bijkomend voordeel dat het water in zekere mate gezuiverd wordt, zeker bij langere verblijftijden in de bodem. Infiltratie ter aanvulling van de grondwatertafel vereist naast een voldoende diepe watertafel ook voldoende permeabele bodemlagen; grove zandlagen en grindlagen zijn daarbij te verkiezen.
 

Ruimte-voor-water-Droogte

Bijkomende informatie uit de literatuur:

  • Uit modelleringen blijkt dat de laagwaterdebieten van de Bovenschelde vanaf 2060 tot met 60% kunnen dalen. Dat geeft potentieel problemen voor onder meer de oppervlaktewaterwinning van de Gavers (Mulleman, 2010)
  • In het kader van de CCI-HYDR-studie werd aangetoond dat extreme laagwaterdebieten voor waterlopen in Vlaanderen tot 80 à 90% kunnen verminderen (scenarioperiode 2071-2100 versus referentieperiode 1961-1990) in het lage klimaatveranderingsscenario (CCI-HYDR - Belspo, 2010)

Zoek concrete maatregelen met impact op droogte