Ruimtelijke strategie: afschermen

Afschermen

Afschermen betekent dat klimaateffecten worden geblokkeerd door middel van harde infrastructuur.

Soms zijn klimaateffecten immers zo ongewenst dat ze niet combineerbaar zijn met bepaalde functies: windhinder op een plein, wateroverlast in een woonwijk... De omgevingskwaliteit kan er worden verbeterd door de klimaateffecten lokaal te blokkeren. Die ingrepen bestaan veelal uit infrastructurele ingrepen (bv. dijk, scherm...). Doordat de klimaateffecten enkel lokaal worden weggenomen, is er geen globaal (positief of negatief) klimatologisch effect te verwachten. Er moet uiteraard op worden toegezien dat naburige gebieden door de ingreep geen extra hinder ondervinden.

Deze strategie staat tegenover ‘ventileren’, waar de stad op strategische plaatsen wordt opengesteld voor koelere winden. Verschillende maatregelen van ‘ruimte voor water’ en ‘bebossen’ hebben ook een blokkerend effect (bv. ruimte voor de natuurlijke bedding van rivieren, bomen in de straat), maar onderscheiden zich omdat ze op een meer natuurlijke manier met de klimaateffecten omgaan.

De harde maatregelen die onder deze strategie vallen hebben een aanzienlijke investeringskost. Het is daarom noodzakelijk om bij implementatie meerwaarde te onderzoeken voor de directe omgeving (bv. banken aan een windscherm, dijk als recreatieve route...). Ze kunnen ook worden gecombineerd met eerder ecologische ingrepen.

Kijk hier hoe afschermen in de praktijk wordt toegepast.